© Michiel Scholtes
Ree!
Ree! Kostelijk woord, misschien wel het leukste van het zeilersjargon. Wat een wereld schuilt er achter ‘ree’: reder, een schip uitreden, op de rede liggen, klaar liggen. Gereed zijn! In die laatst betekenis gebruiken we het bij overstag gaan: we zijn klaar voor de wending, vort met de geit, helmstok naar lij!
Wat bij beginnende zeilers opvalt is dat er vaak overstag wordt gegaan alsof er geen seconde te verliezen is, alsof alleen een bliksemsnelle wending dood en verderf voorkomt, alsof de roerganger nog net kan voorkomen dat boot en bemanning van aardschijf lazeren. Rang! De helmstok in de hoek; een beetje modern jacht zwiept op haar kiel door de wind; de fok blijft bak staan want de fokkeschoot ligt nog een paar slagen om de lier, de boot gaat over de nieuwe boeg scheef en de fokkenist, die zowat naar lij dondert krijgt met moeite de fokkeschoot van de lier; de fok ragt langs mast en want en klappert vervolgens vrij naar lij alsof het zijn schoothoek probeert af te schudden; dan begint het moeizame en natte karwei om die fok binnen te lieren; intussen is de roerganger, verrast door het succes van eigen daadkracht, ruggelings naar de nieuwe lijzijde gevallen en klem geraakt achter de meegenomen helmstok; bij de worsteling om naar loef te komen raakt de oriëntatie definitief zoek en kan de koers alles zijn tussen aan en voor de wind, in sommige gevallen gaat de wending naadloos over in een dodelijk gijp. Enfin, ree dus.
U zult zeggen, hij overdrijft, dit is een karikatuur! Goed, zo’n vaart loopt het meestal niet, meestal hervindt de bemanning ergens halverwege dit proces wel weer een begin van boot- en zelfbeheersing terug. Vaker dan totale chaos valt op dat de roerganger zichzelf heeft aangeleerd om razendsnel achter de weggeduwde helmstok aan te gaan en zich veilig aan de nieuwe loefzijde nestelt. Hoog te paard en schijnbaar nergens verantwoordelijk voor schimpt de schipper vervolgens op het voetvolk dat probeert op te krabbelen en orde te herscheppen in het tuig. Dat kan vermakelijk zijn als het om geinende studenten gaat, maar ook buitengewoon schadelijk voor bijvoorbeeld een huwelijk (de trut is ook altijd te laat!).
En het kan zo geil gaan. Ree! Fokkeschoot iets vieren, helmstok iets laten gaan en de boot gewoon laten klimmen door haar eigen loefgierigheid; de boot komt recht, de fok rilt even, de wind drukt hem bak… los die schoot en de fok begeleiden zodat het zeil bak staat noch klappert, en intussen steekt de fokkenist over naar de overliggende lier (de roeruitslag was miniem dus de boot glijdt intussen moeiteloos door); terwijl de boot nog recht ligt en het grootzeil huivert – niemand spreekt een woord - steekt ook de roerganger over, kijkt hoe de fokkenist vordert en past daaraan de draaisnelheid aan: zonodig stopt de roerganger de draai – op zo’n 20° aan de wind over de nieuwe boeg - om de fokkenist de tijd te geven de fokkeschoot zonder inspanning door te zetten. Dan wordt de draai afgemaakt, een perfecte hoek van minder dan 90°, de boot nijgt, accelereert. Een beetje trimmen nog. Vreugde en concentratie. Ah! Die voldoening bij een volmaakt uitgevoerde wending. Ree!
Terug aan dek!