© Michiel Scholtes
Penibel Evenwicht
Als mijn wacht begint surfen we haaks door het verkeersscheidingsstelsel. We zijn dik tevreden over onszelf. De hele heldere nacht heeft onze 32-voeter ruime wind over de golven gejakkerd. Volle fok en in het grootzeil een rif. Eerst de Oost-Engelse kustlichten eronder. Dan door de diepwaterroute. Inslapen was er met het gedruis en gegorgel naast mijn oor nauwelijks bij. Een paar keer ben ik ongerust opgestaan in de verwachting Simon ineengedoken en onzeker aan de helmstok te zien zitten. Het tegendeel bleek waar: hij stond grijnzend te sturen, sterrenlicht glimmend op zijn oliepak. 'Als een trein, man!' Nu, in het grijze ochtendlicht is de wind geruimd. Pal west. Op twee mijl komen twee vrachtschepen dwars in. Kleurloze waterheuvels lopen recht achterop, kruislings door het oude golfpatroon. Op het ritme van de zee haalt de boot van boord tot boord. Klapgijpgevaar! Ik zet de bulletalie: een lijn van de nok van de giek, via de voorkikker - onder de fokkeschoot door - naar achterkikker. Weg gevaar.
Vervolgens vecht ik de spi-boom tussen loefschoot en mast, Simon trekt de fok te loevert. Dan gebeurt het, net als de roerganger voor het sturen even minder aandacht heeft. De boot haalt extra ver naar loef, verrast Simon, die zijn evenwicht verliest, valt scherp af en gijpt. Geen klap, de bulletalie houdt, maar ik hang in de verstaging en Simon aan stuurboord met armen en hoofd in zee.
ls we opkrabbelen ligt de boot halve wind te deinen: het grootzeil staat bak en remt, de fok duwt. Tussen die twee tegengestelde krachten is alle gang eruit. Simon wil afvallen en legt de helmstok aan boord. Geen roerdruk. Even staan we allebei stom te kijken. Dit is nieuw. Een soort bijdraaien. Maar hoe hef je dit op? Ik kijk om naar de vrachtschepen, de dichtstbijzijnde stuurt akelig op ons aan. Wat doen we? Grootzeil naar beneden sjorren? Bulletalie los? Motor aan en weer voor de wind brengen? Ineens klaart Simon's gezicht op. Hij roept: 'Let op!', en gooit de fokkeschoot los. Weg voorwaartse aandrijving. Onmiddellijk begint de boot op het bakstaande grootzeil achteruit te zeilen. Simon steekt triomfantelijk een vinger op. 'Roerdruk!' Met een sierlijke boog stuurt hij achteruit de spiegel in de wind. 'Blhak!' doen de zeillatten, als het grootzeil weer naar voren bolt. Binnen een paar seconden zijn we weer op snelheid, weg uit het verkeer.
Terug aan dek!