© Michiel Scholtes
Ondertuigd
April. West, 6 Beaufort. Als de brug van Kornwerderzand achter me dichtdraait, kijk ik tussen de havenpieren door over de Waddenzee. Slijkgrijs water aarzelt tussen eb en vloed. De wind trekt vuilwitte strepen over de golven. Buiten kom ik aan de wind. Een donkere vlek schiet aan en de boot helt en kreunt. Kluiver 2, fok en een dubbel rif. Precies goed. Na zes slagen gaat het hard naar het wantij Molenrak-Zuidoostrak. Daar jaagt mijn langkieler de krabben uit het zand. Vervolgens knijpen we met lange en korte slagen door het Inschot. Als een bui zijn regensluier optrekt, verschijnt Vlieland als een belofte aan de horizon.
Op de Richel liggen tientallen zeehonden te luieren, lekker op hun zij, een vin ongegeneerd omhoog. De hemel trekt open, de zee wordt blauw-groen. Tot mijn verbazing neemt ook de wind af. Gek, je zou verwachten dat het flink tocht uit het Stortemelk. Maar nee, loom zet de boot zijn boeg in de eerste deining. Even later zitten we in dikke zonbeschenen rollers, omhoog geschopt door de ebstroom. Af en toe kaatst de boeggolf van de romp en lijkt het of we stilliggen. Dat is schijn, de ebstroom sleurt ons naar buiten en geeft voldoende druk in het zeil. Toch zijn we ondertuigd. Moeten de reven uit het grootzeil? Eigenlijk wel. Maar ach, gewoon wat ruimer sturen, we komen er wel.De noordkardinaal van het Schuitengat passeert aan stuurboord, de VL2 dicht aan bakboord. In de verte het gele zand van de Noordsvaarder. Je kunt hier een heel eind buiten de betonning, de rand van de bank verraadt zich door tuimelende bulten water en felle brekers. Nog even.., nog even.. nog veertig meter.. Overstag. Helmstok naar lij, niet te ver, dat remt. Oeps, halen we dat wel? Helmstok helemaal aan boord..
Uitgerekend op dat moment drukt een steviger golf de boeg omhoog en liggen we zo goed als stil, in de wind. De volgende golf is een stuk groter, een vette, zo'n steile. Ik grijp de bakboord kluiverschoot om de kluiver bak te trekken. Stom, want ik ben te laat, ik had beter het roer kunnen omzetten. Tegelijkertijd vliegt de boeg omhoog en varen we met drie, vier knoop achteruit. Het roer knalt in de verkeerde hoek, de boot valt terug over de stuurboord boeg, alarmerend dicht bij de chaos boven de bank. In een kwart seconde stel ik vast dat er met mijn boot voor een tweede poging om te wenden geen ruimte is. Voor halzen trouwens ook niet. "Een moord voor een vinkieler", denk ik vals, en duik naar binnen om de motor te starten. Die slaat gelukkig meteen aan, je zal maar een vuile filter hebben. Quasi-beheerst druk ik met half gas de boot door de wind, weg van de pluimen en fontijnen. En terwijl mijn hartslag langzaam onder de 120 zakt, ga ik naar de mast voor het zetten van meer zeil.
Terug aan dek!